2 notes &
Vrijdag patatdag
Het is vrijdag afgelopen week. Daar sta ik bij de patatboer in de stad. Het is niet dat ik elke vrijdag patat eet. Wel vaak. Dat zijn de voordelen van een ongeorganiseerd bestaan. Op de dag zelf bepaal ik wat ik ga eten. Vaak bepaal ik op vrijdag dat ik patat ga eten.
Het is druk bij Bram (de snackbar). Achter de toonbank staan ze met tegenzin te werken. Logisch als het zo druk is. Veel te veel klanten met van die irritante en domme vragen. “Heeft u ook vegetarische runder kroketten?” Of iets kost 3.80 en de klant vraagt of ze er misschien 20 cent bij wil.
Het is druk, maar ik heb geen haast. Het is vrijdag: wat moet ik anders dan op patat wachten? Ik heb ergens anders een blikje Coca Cola gekocht. Bram heeft alleen Pepsi. Ik wil best 1 euro betalen voor een blikje cola, maar dan geen Pepsi. Het was ergens anders nog goedkoper ook. Slechts 70 ct. Dus én Coca Cola én goedkoper; weer een nieuw hoogtepunt in het leven. Als je je eisen maar niet zo hoog stelt, is het allemaal veel beter.
Dus daar sta ik, zoekend naar oogcontact met de patatverkoopster. Mensen achter me schreeuwen wat ze willen en ze worden eerder geholpen. Ik glimlach. Veel mensen zouden boos worden en geïrriteerd. Ze kunnen er niet tegen als anderen voorpiepen. Ik heb tijd zat. Al duurt het een uur voordat ik patat krijg, het interesseert me niet. Ik luister naar de verkoopster als ze uitlegt aan klanten dat de plastic zakjes op zijn. Ook de plastic bakjes voor pindasaus zijn op. Ze zucht. De klant die de meeneem maaltijd wil meenemen baalt en scheldt. Niemand kan er nu wat aan doen, denk ik. Op is op. De klant maakt onsubtiel duidelijk dat dit echt klote is.
“Wie kan ik dan helpen?” roep de patatverkoopster. Een bejaarde vrouw die in 30 seconden met een stok naar voren is geslopen houdt haar stok omhoog en roept “ik ben aan de beurt.”. Oudere mensen hebben voordringen tot een kunst verworven. Ze kijken altijd boos en ze piepen voor. “Ik ben oud. ik heb recht om niet te wachten.” Ik kijk naar de oude vrouw. Zij kijkt zowaar schuldig terug naar mij. Ik rol met mijn ogen. Zij kijkt naar de patatverkoopster: “een kinderpatat met kindermayonaise”.
“Kindermayonaise?” denk ik nog. Maar ik begrijp dat de oude vrouw een manier heeft bedacht om minder geld kwijt te zijn. Drie jongeren naast me worden ongeduldig, ze staan er iets korter dan ik, maar het scheelt niet veel. Alle drie zijn ze in het bezit van een brommer en het leek ze wel slim om, terwijl ze nog op hun brommers zitten, in de rij te gaan staan. Waarschijnlijk omdat het nog niet druk genoeg is. De drie praten tegen elkaar, maar zo hard dat iedereen het kan horen. “Jezus. Wat duurt het lang.” en “Iedereen aan die kant lijkt voor te gaan.” Ook de verkoopster kan het horen.
De kinderpatat met kindermayonaise wordt (natuurlijk) betaald met vijftig euro. Er zijn nog steeds mensen die het vreemd vinden dat bejaarden zo vaak worden overvallen. Ik weet de reden wel: ze doen irritant en ze betalen iets van 1 euro zoveel met vijftig euro. Daarna zijn ze dan 4 minuten bezig om het wisselgeld op te bergen, terwijl iedereen het kan zien. Het wisselgeld is teruggegeven en de patatverkoopster vraagt heel toevallig aan de drie jongeren wat ze willen. Ook deze bestelling is geen grap, het gebeurde echt. De brutaalste van de drie vraagt: “2 kroketten, 3 patat, waarvan twee groot. 1 speciaal met pinda en een normale speciaal. Kaassoufle, AA en een cola.” Hij haalt adem en vervolgt. “Een frikadel en een bamihap”. “Nog een patat?” vraagt hij aan een van de andere. Deze lacht en knikt. “En nog een patat”.
De bestelling duurt werkelijk minuten en na het afrekenen roept de verkoopster “En wie kan ik nu helpen?” ik heb geen haast, maar roep harder dan ik zelf verwacht “MIJ! .. doe maar een patat pinda.”
Ik krijg de patat, begin er direct van te eten en loop richting metrostation. Het mooie van Bram’s patat is dat je vooraf denkt “ha lekker patat.” Zo gauw je er echter twee patat van heb gegeten, denk je “Gatver patat”. Elke keer weer. Maar ja, het is mijn avondeten dus ik dwing mezelf om het voor de helft op te eten. De rest gooi ik weg. Ik drink de Coca Cola op. Dat is het lekkerste van deze avond.
Ik denk dat ik het daarom doe.
Geschreven ±1998