onstwedder.com

All that you have is your soul

0 notes &

Toekomstchaos

Het is de eerste week van december. Buiten is het donker en de gevoelstemperatuur is alleen daarom al tien graden lager. Ondanks dat het  nog maar net zeven uur is, is het niet leeg op straat. Eigenlijk is het altijd druk in de stad. Het heeft misschien een uurtje geleden nog geregend. Op de radio wordt gewaarschuwd voor een opvriezend wegdek. 

Ik ben op weg naar de tramhalte en de bushalte, want dat wordt bepaald door het toeval. Is de tram er als eerste of zou het de bus zijn? Natuurlijk, er zijn busdiensten en tramregelingen. Voor alles is in Nederland wel een planning gemaakt, maar het is in de vier jaar dat ik deze route loop duidelijk geworden dat het een verrassing zal blijven tot het laatste moment. De universele onvoorspelbaarheid is zoveel groter dan dat onze cultuur wil toegeven.

Halverwege de wandeling loop ik langs een moeder met haar vierjarige zoontje. het jochie heeft een blauwe muts op en draagt felgekleurde wanten. Het hele gezicht van het ventje verklapt dat hij nog maar net wakker is: zijn ogen zijn piepklein en zijn wangen zijn rood. Ik sta niet te trappelen om over-emotioneel over te komen, maar het doet me wat. Het mannetje en zijn moeder zijn de hoek al om, maar ik zie de mogelijkheden en keuzes die hij nog moet gaan maken. Wat wil hij worden? Kan hij voetballen? Wil hij iets gaan doen met computers? Samen met dat jochie zie ik al mijn eigen keuzes weer voorbij komen. Ik zie mijzelf weer staan met mijn muts met twee wollen balletjes naast een zelfgemaakte sneeuwpop. Genoeg gezeverd, ik ben bijna bij de tramhalte.

Mijn iets te lange broek is aan de achterkant nat geworden door de plassen op de straat. Ik wil mijn broek omslaan, maar zie achter de verkeerslichten een bus aankomen. Daarom laat ik mijn broek en ren ik van de tramhalte naar de bushalte toe. Tijdens deze korte sprint ontwijk ik een auto.

De bus stopt. Ik stap achter in en ga zitten naast een donkere man met een donkerblauwe jas. De busrit is te kort om een krant te lezen, laat staan een boek. De man naast me stapt twee haltes nadat ik ben ingestapt uit.

Twee haltes later ben ik aan de beurt om uit te stappen. Ik sta voor de poort van mijn werk. Even denk ik dat de dag eigenlijk alweer afgelopen is, maar daarna denk ik gelijk dat dit wel een erg sombere gedachte is.

Want stond ik nu niet op de plek waar ik als klein jochie over had gefantaseerd? Iets met computers wilde ik gaan doen. Dat moest dus maar gaan gebeuren vandaag. De liftdeur ging open en samen met een oude man stapte ik in. Hij drukte op de zeventiende, ik moest naar de dertiende. De deur ging open, we zeiden elkaar gedag.

Geschreven ±2004

Filed under nederlands verhaal