onstwedder.com

All that you have is your soul

0 notes &

Wereldvrede in de Rotterdamse metro

Ik stond in de metro en vlak tegenover mij stond een moeder, een dochter en een iets jonger zoontje. Het waren overigens duidelijk broer en zus, ze leken qua uiterlijk op elkaar. Ze hadden ook allebei een opgerold metrokrantje in de hand. Als je een hamer hebt lijkt alles op een spijker, en als je een opgerold metrokrantje beet hebt, wil je ook maar een ding doen: slaan. 

Ik herinner me nog goed dat toen ik jong was, mijn broer en ik ook wel eens een tijdschrift-ruzie hebben gehad. Mijn broer had een opgerold kijk-magazine in zijn hand en ik was in het bezit van een opgerolde hitkrant. Het verbaast waarschijnlijk niemand dat ik als 4 jaar jongere broertje aan het kortste eind trok. De strijd werd ook beslist door kwaliteit natuurlijk: een kijk had diepe, interessante en leerzame artikelen. Een hitkrant had slechts twee posters. (Vermoedelijk waren de posters er al uitgehaald).

In het heetst van de strijd sloeg mijn broer de hitkrant uit mijn hand, raapte hem op en plotseling was het wel een zeer oneerlijke tijdschriftenoorlog: Mijn broer sprong op mij af, draaide de magazines vliegensvlug rond en ik zat in een uitzichtloze slachtofferrol. Ik moest boeten voor mijn brutale eerste aanval. 

Terug naar de metro. Daar stond de moeder toe te kijken hoe het jonge broertje de opgerolde metrokrant nog eens op zijn zus ramde. “Nee, niet doen.” zei ze. Maar het ventje deed het nog eens. Smak! “Stop daar eens mee.” Het mannetje keek naar zijn moeder en zei rationeel. “het doet geen pijn hoor.” demonstratief sloeg hij eens op zijn eigen arm. pok! “Ja,” dacht ik, “Dat is dus wel een stuk zachter, rotventje!” Ik had natuurlijk allang de kant gekozen van het zusje. Ondanks dat ze groter was, maar ja, haar eigen moeder greep niet eens in. Ik zat te denken of IK maar eens zou ingrijpen: even dat jochie een beetje streng toespreken, dan moet effect hebben. Aan de andere kant, sinds wanneer ben ik de maatschappij?

Het ventje sloeg zijn zus nog maar eens. Deze bleef koelbloedig rustig. Opeens herinnerde ik mij mijn eigen gevechten met mijn grotere broer. Ik herkende deze situatie. Ze bleef niet rustig!, dit was de stilte voor de storm. Oh jee, het kleine mannetje speelt met vuur! Straks ontploft de zus en is hij de klos. De moeder zal dan ook wel te laat (of weer helemaal niet) ingrijpen. Ik wist inmiddels niet meer of ik nu nog boos op het broertje moest zijn, of alvast maar meelijden met hem moest hebben. Vrouwen, zo was mijn opvatting op dat moment, kunnen tenslotte genadeloos wreed zijn en misschien was dit wel de tijd dat dit jonge ventje daar achter ging komen.

 Ja, vrouwen kunnen heel wreed zijn. Er zijn mensen die geloven dat als de wereldleiders allemaal vrouw zouden zijn, dat er dan geen oorlogen zouden zijn. Dat heel de wereld beter af zou zijn als vrouwen het voor het zeggen zouden hebben. Ik weet wel beter: Vroeger heb ik in een schoolklas gezeten met zes meiden en drie jongens. De drie jongens waren vrienden, hadden af en toe weleens ruzie, maar waren er zoals bierreclames melden “voor elkaar”. De zes meiden hadden altijd ruzie, een meisje had ongelofelijke stress, een ander werd gepest vanwege haar huidskleur en het vechten en (ik kan het alleen goed beschrijven als) machogedrag was werkelijk altijd aanwezig.

Het idee dat de wereld beter zou zijn wanneer vrouwen het voor het zeggen zouden hebben, gaat er bij mij daarom niet in. Ik voeg daar nog een interview aan toe van een Nederlandse volleyball-coach die zowel heren als dames heeft getraind. Zijn woorden waren (van deze strekking): “Als een volleybalteam moet spelen dat bestaat uit mannen die elkaar niet kunnen uitstaan, is er nog een kans dat ze winnen. Als zes vrouwen in het team ruzie hebben hoef je de wedstrijd niet eens te spelen. Ze gunnen elkaar de winst niet.”

Al deze gedachten schoten dus door mijn hoofd, terwijl ik begon te vrezen voor het leven van het arme (maar irritante) kleine broertje. Plotseling gebeurde datgene waar ik al bang voor was. Het zusje stak haar arm uit, greep in een vloeiende “crouching tiger, hidden dragon”-manier de metro uit de hand van het ventje. Ik hield mijn hart vast, maar merkte ook wel dat ik een soort afstraffing wou zien.

Echter, represaille bleef uit. Niets geen harde klappen. Ze bleef rustig staan, hield nu beide opgerolde krantjes beet en deed niets. Ik verbaasde me. Waar bleef die vrouwelijke woede? Die jarenlange onderdrukking, de opgekropte woede om nooit te mogen voetballen in de allerhoogste divisie, omdat een stel grijze meneren dat simpelweg vanwege stomme traditie weigerden? De haat op alle rechtopstaande plassende mannen?

Alles bleef uit. Het broertje probeerde het krantje weer terug te pakken en toen liep ze samen met de twee krantjes weg. Het broertje bleef bij de moeder staan en zij ging ergens zitten. Ze had gekozen voor een vergevingsgezinde oplossing zonder geweld.

Dit was natuurlijk waar vrouwen op doelden als ze het hadden over nooit meer oorlog door girlpower. In één keer was ik om. Natuurlijk, dit kòn ook. Het was een oplossing waar ik niet over had nagedacht. De hele mogelijkheid van afpakken en weglopen was niet eens in mij opgekomen.

geschreven in 2002

 

Filed under verhaal nederlands