onstwedder.com

All that you have is your soul

0 notes &

Welkom in de studio

1995 was het laatste seizoen van het programma Poetry People. Dit was een VPRO programma over het nieuw aanstormend dichterstalent van Nederland. In 1995 beschouwde ik mezelf nog als aanstormend talent en zonder verwachtingen stuurde ik een gedicht in.

Ik was verbaasd toen ik twee weken later gebeld werd met een uitnodiging om voor een live-interview in het programma te komen. Ik voelde me vereerd en ik stond te popelen om  mijn vijftien minuten beroemd zijn te claimen. Goed, er keken misschien slechts 40.000 mensen naar het programma, maar je moet ergens beginnen op weg naar de Nederlandse schrijvers-top.

 

Vier weken na het verzenden van mijn brief zat ik dus live op het einde van Poetry People aan tafel in Studio 4 in Almere. Het zou het begin moeten zijn geweest van mijn carrière, maar het liep nogal anders. Mijn toekomstplannen hadden geen rekening gehouden met mijn zenuwen en de realiteit.

 “Kunt u ons enig inzicht geven in het zojuist door u voorgelezen gedicht ‘De Liefde’?” vroeg Michaël Z. vrij monotoom aan mij. “U?” dacht ik nog, maar toen realiseerde ik me dat alles wat ik deed direct werd verzonden naar de huiskamers van veertigduizend kritische mensen. Ik keek dus maar snel naar het plafond, naar de plastic klapstoelen achter Michaël en naar een stipje op de glanzende marmeren tafel. Ik keek overal, maar niet naar de interviewer zelf. En terwijl ik naar het zwarte stipje op de marmeren tafel keek, herinnerde ik mezelf dat het live was en dat ik toch echt wel iets moest zeggen, omdat ik anders als een idioot over zou komen. Dus antwoordde ik, mijn stem harder dan ik verwachtte, “Ja.”

 Michaël Z. wachtte even, hij dacht waarschijnlijk dat het gevallen moment van stilte door mij was aangebracht om de spanning te verhogen. Een vaardigheid die hier zeker zijn vruchten afwierp: Het complete studiogezelschap zat in spanning te wachten. Iedereen behalve ik, want ik had niet door dat er van mij daadwerkelijk een uitleg, een diepere bodem, een verhelderend inzicht in het gedicht verwacht werd. Uiteindelijk werd ook de spanning voor de interviewer teveel. Hij bekeek het kaartje in zijn hand en las ervan op: “Waarom heet het gedicht eigenlijk ‘de liefde’? Er wordt toch duidelijk op een hert gejaagd en van jagen kun je een hoop zeggen, maar het doodschieten van een hert… Dat is toch niet precies wat je met liefde combineert… eh…associeert, waar of niet?”

Ik keek nog strakker naar het zwarte puntje op de tafel en plotseling gooide ik met een wilde zwaai mijn hoofd naar achter en keek ik naar het plafond. Tegen het plafond begon ik te praten. “Ik probeerde eigenlijk op een speelse manier, het beginnen van een relatie, een liefdesrelatie, te verwoorden als een spel, een jacht. Een strijd tussen prooi en jager.” De vragen waren van te voren al doorgenomen, dus ook mijn antwoord was niet ter plekke bedacht. Michaël keek op een manier alsof hij erg zijn best deed om het te snappen. Maar het was mij duidelijk dat hij helemaal niet naar mijn antwoord geluisterd had. (Tijdens mijn antwoord had hij namelijk eventjes naar de regisseur gekeken om te weten hoe lang hij nog had).

Daardoor zei hij “Kun je het misschien voor de mensen thuis, de leken op de bank, nog duidelijker vertellen?”. Ik knikte en schrok zelf een beetje, want ik keek de interviewer zowaar even aan. Michaël Z. had geleerd van zijn fouten en zei “vertel het nog eens simpeler…”

“Wel, zoals ik net al zei, gaat het gedicht niet zozeer over jagen, maar eigenlijk meer over het moment dat je als man met een vrouw praat en dat je denkt NU moet ik het proberen, nu kunnen we er een liefdesrelatie van maken, tenminste als ik zus of zo zeg of doe.” “Aha,” zei Michaël, “en het hert is dan dus de vrouw en de jager de man?” Ik glunderde een beetje:” Precies!”

Opeens liet de interviewer het vooraf afgesproken vragenschema los en las hij nog even snel het gedicht door. Toen zei hij “Dus eigenlijk is het dan gewoon een gedicht met een slechte afloop?” Ik moet eerlijk bekennen dat ik meer schrok van het feit dat Michaël toch wel heel kritisch klonk dan van het feit dat hij begon te improviseren met nieuwe vragen. Ik keek hem dan ook niet meer aan, en stamelde “Ja, eigenlijk wel”.

“Nou verdorie, eindelijk dacht ik eens een leuk gedichtje te hebben gevonden over de jacht - het hert ontsnapt, geen enkele gewonden en dan blijkt het achteraf een depressief gedicht te zijn over het mislukken van het begin van een mogelijke relatie.”

Terwijl ik dit opschrijf voel ik me weer kwaad worden. Dit was van te voren de opzet geweest van Michaël: Hij deed net alsof hij dit alles nu pas realiseerde, maar dat was zo goed als onmogelijk! Ik besloot op dat moment te zwijgen. Ik speelde zijn spel niet meer mee.

 “Nou, voor mij blijft het toch lekker gewoon een gedicht over een hert dat de jager te slim af is.” Michaël grijnsde de camera in. Eigenlijk wilde ik helemaal niet meer reageren (het liefst wilde ik onzichtbaar worden), maar ik dacht nog iets te kunnen redden: “Je leest erin, wat je wilt lezen. Dat is de kracht van kunst. Iedere uitleg van kunst is zo geldig als iedere andere uitleg. Daarom wilde ik zojuist ook eigenlijk geen toelichting geven…” De woorden kwamen opeens vanzelf, “Want mijn toelichting zal de visie van iemand anders kunnen belemmeren. En dat is zonde: Want het is juist de bedoeling dat kunst je eigen creativiteit laat bloeien.” Zo, ik had het laatste woord, dat was toch wel duidelijk, leek me.

Maar Michaël Z. was weer te druk bezig geweest om de regisseur in de gaten te houden. Toen ik klaar was met mijn zin, zag hij de kans om weer te spreken en om een en ander af te sluiten. “Bedankt dat u hier aanwezig wilde zijn in ieder geval, dat geldt natuurlijk ook voor de andere gasten en voor de mensen in het publiek. Dames en heren, dit was Poetry People. Tot volgende week, zelfde plaats, andere people.”

“Two…One… and we’re off the air” riep de regisseur naar Michaël Z. en mij. Wat er toen gebeurde maakte mijn kennismaking met de schrijverswereld en het televisiegebeuren er om heen af. Michaël stootte me namelijk aan en zei: “Weet je waar ik dacht dat het echt over ging, dat gedicht? Over neuken!” Hij moest hard lachen, een heel andere lach dan hij op tv had. Ik was inmiddels opgestaan en bereidde me mentaal voor op de lange terugreis naar huis. Michaël keek me nog eens aan en zei: “Neuken! dat slaat natuurlijk nergens op.” Ik haalde mijn schouders op en trok daarna mijn jas aan. Het gevoel was mij inmiddels bekropen dat ik zo snel mogelijk weg wilde. Maar Michaël hield me nog vast. “Neuken…Ha! dat had leuk geweest voor de kijkcijfers.” hij grinnikte nog na.

Ik wist me los te schudden, wierp met een onnatuurlijke beweging mijn hand in de lucht en zei gedag. Ik nam niet alleen afscheid van Michaël, maar ook van een aantal van mijn dromen en plannen. Sindsdien heb ik nooit meer iets ingezonden. 

geschreven in ±1997

Filed under verhaal nederlands