0 notes &
Gym op de middelbare school
Iedere woensdag wanneer we moesten gymen, klonk het weer: “Okay, maak teams”. Op de een of andere manier waren sporten die je in je eentje moest doen (denk aan tafeltennis en badminton) ondergeschikt aan teamsport. Iedere week moesten er teams gemaakt worden.
Bij het kiezen van een team was het belangrijk om te weten wie in welke groep thuishoorde. Er waren in onze middelbare school klas 4 groepen:
1. Jongens die goed waren in sport;
2. Jongens die niet goed waren in sport maar wel populair waren omdat ze rookten;
3. Meisjes.
4. Jongens die niet goed in sport waren.
Afhankelijk van in welke groep je zat, werd het moment bepaald wanneer je werd gekozen.
Dus daar stond ik dan op woensdag met mijn iets te grote sportbroek terwijl de gymleraar de absentielijst opnam. De broek was op de groei gekocht, omdat de broek dan de eerste 3 jaar dat ik sport zouden hebben, gebruikt kon worden.
“Als we maar niet gaan voetballen… want ik ben bang voor de bal.” spookte door mijn hersenen.
“jullie mogen vandaag kiezen wat we gaan doen.” Zei de gymleraar na de absentielijst. Dat werd dus voetballen.
“Okay. Maak teams”
De teams werden gemaakt volgens het hierboven beschreven systeem. De andere jongens waren al gekozen. Ik stond nu als enige jongen tussen de meisjes. Intussen werden de populairste meisjes al gekozen. Als ze me maar niet als laatste kiezen.
“En dan moet hij bij mij in het team.” De teamkiezer van het tweede team wees mij als laatst overgebleven leerling ongeïnteresseerd aan. “als ik maar niet hoef te keepen”, dacht ik.
De andere teamgenoten verwelkomden me terwijl ik schuchter aan kwam lopen met de opmerking “jij moet keepen, want jij kan niet voetballen!”
Ik wilde niet keepen, want ik was bang voor de bal. Dat kwam doordat ze die bal niet zozeer op het doel, maar meer op mij mikten en ze schoten nogal hard. Of ik wou keepen of niet was niet van belang bij de beslissing of ik zou gaan keepen. “Als ze maar niet gaan peunen…” dacht ik, terwijl ik bij het goaltje ging staan.
“We gaan peunen” zei de spits van de tegenpartij, “we gaan keihard peunen.”
Ach… Het was heus niet allemaal kut.
Er is een dag geweest dat ik mee mocht voetballen. Teamgenoten, die allemaal dachten zo goed te zijn als Marco van Basten, speelden mij zowaar de bal. Die twee uur gym waren leuk.
Totdat de leraar na afloop zei “Goed. Voetbal is een teamsport. Je moet ook de zwakste schakel in je team aanspelen.” Volgens mij wees hij zelfs naar mij toen hij het zei. Iedereen lachte, de gymleraar inclusief.
Ik weet ook wel waarom die gymleraar een hekel aan me had. Ik stond voor alles waar hij een hekel aan had. Ik stond voor televisie en een bank. Ik stond voor vrijheid en nooit meer sporten.
Inmiddels zijn we vijftien jaar verder. Het half 8 journaal vertelt dat de jeugd steeds minder tijd aan sporten besteedt. Ze zijn aan het bijverdienen en spelen liever met spelcomputers dan op straat. Ik hoor het nieuwsbericht en moet glimlachen.
Als leven een teamsport is dan begin mijn team eindelijk te winnen van het sportlerarenteam.
Geschreven in ±2001. Bijgewerkt in 2011.