4 notes &
Zomeronweer.
Ik hoef niet in de spiegel te kijken om te zien dat ik oud ben. Opeens op de moederfiets op straat, kwart over vijf, overviel het mij. Achterop zat mijn dochter: ze is nu ruim twee en een half. Ik fietste wat sneller dan normaal, want het begon een beetje te regenen en het zag eruit alsof het zometeen keihard zou gaan onweren. “Papa fietst snel!”, riep ik naar de peuter achterop, “voordat het gaat onweren moeten we thuis zijn!”. “Ik voel druppels op mijn kop!” riep ze terug. “Voel je druppels op je hoofd? papa ook”.
We fietsten langs een paar pubers die stil stonden op hun fiets en een energydrankje aan het drinken waren. Ze keken naar mij en ze zagen een oude man. Ik dacht terug aan toen ik ‘s avonds na het uitgaan met wat vrienden op onze fietsen stond na te praten - voor mijn gevoel niet eens zo lang geleden.
Maar kijk eens waar ik nu was: een eigen huis, een eigen tuin, een moederfiets en ook nog eens een dochter en een zwangere vrouw.
Gelukkig waren we op tijd in onze tuin. Ik zette de fiets in de schuur en rende naar de achterdeur. Vlug ging ik naar binnen. Het begon te stortregenen. Julia had haar schoenen en jas nog aan terwijl ze op de deurmat naar buiten stond te kijken.
“Ik wil naar buiten.” zei ze, “waar is mijn paraplu?” Ik keek naar buiten. Het regende heel hard, de regen ketste op de terrasstenen bijna een centimeter omhoog. “Ik wil naar buiten”, herhaalde ze. Ik liep naar de gang en pakte een paraplu. “Hier.” zei ik, terwijl ik de paraplu opende en aangaf. Onder de paraplu liep ze naar buiten. Ze genoot van het geluid dat de druppels maakte.
Ik stond binnen: Droog en oud.
(Na nog geen minuutje wilde ze alweer naar binnen.)